Geslachtelijke voortplanting

Cannabis is een tweehuizige plant. Dat betekent dat de planten net als bij mensen óf vrouwelijk óf mannelijk zijn. Vrouwelijke en mannelijke planten zijn te herkennen aan hun uiterlijk. Vrouwelijke planten zijn klein en struikachtig en hun bloemen hebben stampers. Mannelijke planten zijn lang en open, hun bloemen hebben meeldraden.

Cannabis plant zich, net als de mens, geslachtelijk voort. Bij geslachtelijke voortplanting vindt altijd bevruchting plaats. Dit in tegestelling tot ongeslachtelijke voortplanting, waarbij geen bevruchting plaats vindt. Hierbij ontstaat een nieuwe plant uit een deel van één enkele 'ouder'plant bijvoorbeeld uit een bol (een ui), een knol (een aardappel) of een uitloper (aardbei).

Bij geslachtelijke voortplanting ontstaat er steeds nieuwe genotypen. Het ontstaan van nieuwe genotypen kan ook ongewenst zijn. Bij het kweken van bepaalde soorten cannabis zijn sommige eigenschappen meer gewenst dan andere. Daarom wordt kunstmatige selectie toegepast. Hierbij worden de meest gunstige erfelijke eigenschappen uit de verschillende soorten gebruikt voor verdere kruisingen. Zo probeert men een combinatie van de meest gunstige eigenschappen samen te voegen in één plant. Dit wordt veredeling genoemd. Daarna wil je deze soort behouden. De nakomelingen moeten dus hetzelfde genotype hebben als de ouderplant. Dit kan niet met geslachtelijke voortplanting maar wel bij ongeslachtelijke voortplanting.